‘De Uitweer’ – Amy Liptrot

De Uitweer - Amy Liptrot (c Rebecca Marr for the Observer)

Filosofische verhandeling over de actieve (westerse) mens als speelbal van een almachtig natuur/cultuur.

Op uitnodiging van de redactie van grazen.nl schrijf ik mijn eerste ‘meta-recensie’, en dat moet even ingeleid worden, alvast excuses voor de lange inleiding. Je kan natuurlijk ook meteen naar beneden scrollen naar het kopje De Uitweer – Amy Liptrot

Meta-recensie
Een meta-recensie is kort gezegd een inventarisatie van gezaghebbende recensies met daarbij aangeven wat we er van kunnen leren of wat ze missen. In de wetenschap is onderzoek door middel van zogenaamde meta studies heel normaal. Maar in de cultuurkritiek lijkt dit uiterst ongepast omdat de zogenaamde waarachtigheid die een recensie claimt gekoppeld is aan het persoonlijk perspectief. En juist dit persoonlijke perspectief staat in de nadagen van onze afbrokkelende liberale democratie in het kader van een absoluut genivelleerde gelijkwaardigheid. Jij kan er wat van vinden, leuk misschien, maar ik kan er evenzeer wat van vinden. Waarom zou jouw mening meer waard zijn dan de mijne? Deze verabsoluteerde vrijblijvendheid staat ook volkomen haaks op de claims die de meeste scheppende kunstenaars maken. De ‘verlichte filosoof bij uitstek’ Immanuel Kant formuleerde het als een paradox: “Over smaak valt niet te twisten, maar toch doen we het.” Rara hoe kan dat? Volgens Kant omdat het precies hier is waar vrijheid en wetmatigheid een tastbaar verband aan gaan. Dit snijvlak is nu juist wat ons kenmerkt als mensen en daar willen we het dan ook graag over hebben. Hoe die samenhang van vrijheid en wetmatigheid in elkaar steekt is eigenlijk altijd een raadsel gebleven en alle oplossingen lijken zoals alle politieke partijprogramma’s in fixaties en dwangneurosen te ontaarden. Voor Kant was overigens wetmatigheid dé dwangneurose waarin alle oplossingen werden gegoten, zodat er voor de kunstbeschouwer alleen een ‘ooh mooi (claim op algemene schoonheid voor alle weldenkende mensen) of brrrr geweldig (claim op algemeen geldende verhevenheid voor alle weldenkende mensen)’ als reactie op de vrij-scheppende genieën die een algemeen gelden kunstwerk in het leven wisten te roepen. Vandaar dat we niet uit de paradox van de kunstsmaak kunnen komen: we kunnen de geldigheid wel claimen door onze uitroepen, maar we kunnen er niets algemeen geldigs over zeggen.

De Uitweer - Amy Liptrot (c QuoteFancy)

Volgens de cultuurfilosofen Horkheimer en Adorno was Kant juist vanwege zijn volledige zicht op de voor mensen noodzakelijke samenhang van wetmatigheid en vrijheid het hoogtepunt van de Verlichting. Na het hoogtepunt van de Verlichting wordt de mens juist meer en meer slaaf van de (economische) wetmatigheid en kan hij alleen nog als eenzaam en vooral zwijgzaam individu in de breuklijnen van het systeem ontsnappen aan de waanzin. Deze dialectiek van de Verlichting, geschreven in de huiveringwekkende oorlogsjaren ’40-‘45, draait er op uit dat we in een gesloten wereld terecht komen waarin alles ondergeschikt wordt gemaakt aan de wetmatigheid van het rationele systeem en vrijheid volslagen betekenisloos wordt. De meest pregnante verbeelding van dit maatschappelijke dieptepunt is Beckett’s ‘Wachten op Godot’.
Maar ook Horkheimer en Adorno schoten tekort in hun analyse van de menselijke vrijheid. Want geheel tegen hun voorspelling in is, in ieder geval voor ‘de winnaars’ in onze Westerse maatschappij, inmiddels bijna iedereen slaaf geworden van een verabsoluteerd vrijheidsgevoel en waant zichzelf vrij-scheppend genie van haar eigen leven. Elk zicht op de rol van wetmatigheid is verdwenen. Dit zou dan nog wel Adorno’s ‘illusie van vrijheid’ kunnen zijn, zoals hij deze meent te herkennen in kunstvormen als jazz-muziek en film, maar een homogeen gesloten technocratie zal er niet komen zolang wij het unieke van ons mens-zijn in essentie hoog blijven houden. En als we hier een goede visie op ontwikkelingen dan kunnen we het ook over waarheid in de kunst hebben en kunnen we de kritieken hieraan afmeten, om te beginnen de absolute vrijblijvendheid van de oergezellige user generated content dat inmiddels de serieuze journalistiek en kritieken overschaduwd.


De Uitweer - Amy Liptrot (c J.J. Shapiro)

De Uitweer – Amy Liptrot
En hiermee zijn we dan meteen aangeland bij ‘De uitweer’ van Amy Liptrot. Een geforceerd bruggetje? Ik denk het niet. Een rondje langs de meest prestigieuze recensenten (zie lijstje onderaan) leert dat de meeste recensenten uiterst lovend zijn over het debuut van Liptrot. Om een aantal constateringen te parafraseren: Liptrot schrijft schandalig eerlijke memoires over verslaafdheid waarbij ze uiteindelijk haar moeizame herstel weet te koppelen aan sublieme natuurbeelden van de Orkney eilanden. Een soort van ‘blended writing’ dus waar iedereen enthousiast van wordt.
Iedereen? Nou, bijna iedereen, want Roos van Rijswijk vindt het in haar NRC recensie ‘Mag het een beetje minder, alstublieft’ maar niks: “De indruk waar ik me desondanks niet aan kon onttrekken was die van een vrouw die met haar gezicht te dicht bij het mijne, en met veel gevoel voor sentiment, haar levensverhaal in mijn oor hijgt.” En ze vervolgt dan met een aantal gezwollen citaten die geïsoleerd inderdaad de schijn van sentiment lijken te hebben. Maar in de context lijkt me dit toch anders te liggen.

De Uitweer - Amy Liptrot (c David Gowans/Alamy)

Wennen aan taalgebruik
Ook ik moest wennen aan het taalgebruik van Liptrot. Maar anders dan Van Rijswijk vond ik het aanvankelijk juist een merkwaardig soort proces verbaal waarbij ‘de ooggetuige’ afstand probeert te nemen van haar al te overdonderende sentimenten die bij haar situatie zouden horen. Zie bijvoorbeeld de gevoelens die naar voren komen bij de prachtige voorstelling over verslaving ‘Slaaf’ van het Ro Theater. Liptrot construeert met een meesterlijke distantie emotionele observaties en natuur/cultuur-observaties exact in elkaars verlengde. Deze zaken komen op één lijn te liggen en verknopen het eerste persoons perspectief van de schrijver aan het derde persoons perspectief van onze wereld. Niks ‘blended writing’, maar juist een hechte en goed geconstrueerde methode om een discours te ontwikkelen waarmee de zelf-interpretatie van een gevoelsmens handen en voeten krijgt. En als er al iets ‘blended’ is, is het onze wereld. Het zou leuk zijn om de vertaler, Robbert-Jan Henkes, hierover iets te horen zeggen.

Natuurbegrip doorgroeid met kennis over de natuur
In tegenstelling tot waar de meeste recensenten de nadruk op leggen, de sublieme natuurbeschrijvingen, is voor Liptrot de natuur geen zelfstandige grootheid, zoals een naïeve romantiek zou beweren. Haar natuurbegrip is doorgroeid met kennis óver de natuur, om met deze kennis te kunnen verzinken in de oneindigheid van de ons omringende cultuur/natuur. Onze impuls voor het zoeken naar nieuwe ervaringen, wellicht het wezen van onze menselijke vrijheid, vindt hier haar gezonde manier van leven. Dat wij hier eigenlijk helemaal niets van begrijpen en complete volksstammen laten afzinken in allerhanden verslavingen is volgens mij de meest indringende boodschap van dit boek. Dat Liptrot zelf deze dubbelzinnigheid van cultuur/natuur benadrukt blijkt uit het interview dat ze had met VPRO-boeken (vanaf minuut 28:50 ).
Dat hier iets filosofisch op het spel staat constateert ook Stuart Kelly in The Scotsman: “Er is een geweldig Duits woord, Geworfenheit, bedacht door de filosoof Martin Heidegger, dat vertaald wordt door “geworpen-zijn”, de situatie van het in een ondoorgrondelijke wereld en verleden gegooid te zijn die we niet gekozen hebben, en de vervreemding die dat veroorzaakt leidt tot de paradoxale mogelijkheid van vrijheid. Dit omsluit ook de geweldige kwaliteit van Amy Liptrot’s bijdrage aan dit groeiende veld, De Uitweer.”

De Uitweer - Amy Liptrot (c Ashley Cooper/Corbi)

Blijven er een aantal vragen over. Allereerst natuurlijk de vraag of die bijzondere mens die Liptrot ons in De Uitweer voorschotelt zomaar toevallig een mens is, of is ze dé mens? En hiermee staat of valt mijn bruggetje tussen ‘het hoog houden van ons unieke mens-zijn voor waarheid in cultuurkritiek’ naar ‘De Uitweer’ van Liptrot. U begrijpt dat ik vind dat het bij ‘De Uitweer’ gaat om een blik op dé mens en ben dan dus ook erg enthousiast over het boek.
Een volgende vraag is dan natuurlijk, heeft Liptrot nu werkelijk deze filosofische pretenties? Uit de recensie van David Robinson, eveneens The Scotsman, komen we te weten dat ze veel heeft gestudeerd op de literatuur over verslaafdheid. Dat merk je ook aan de neuro-anatomische beschrijvingen die in haar ‘zelfinterpretatie’ over haar ‘genezingsproces’ worden genoemd. Ook hier zie je een inzet van cultuur/natuur naar voren komen die voor mij een interessante aanzet is tot wat ik zou willen noemen neuro-filosofie. Dat zou pas een interessant gebied zijn in ons huidige tijdsgewricht, waarmee ook neuro-politiek in zicht kom, de sleutel voor een juiste analyse van onze politieke teloorgang. Maar Liptrot stelt zich aan het eind van haar boek uiterst bescheiden op door uiteindelijk te stellen dat ze slechts een verhaal maakt: “Die dingen waren verweerd of aangespoeld maar niet altijd nutteloos. Ze hadden een verhaal te vertellen.” Hierbij reflecteert ze op zichzelf als aangespoeld ding. Te bescheiden. Maar ook: “Ik wil een verhaal hebben maar ik moet het zonder drank doen. Ik kies voor kracht en schoonheid en schepping.” Toch te romantisch. Als ze de pretentie had gehad met een filosofische inzet over de verhouding tussen wetmatigheid en vrijheid te schrijven had ze hier nu net iets minder over moeten zeggen om het aan de lezers over te laten. Maar uiteindelijk is de intentie van de schrijver van ondergeschikt belang voor de culturele werking van het boek. En deze werking is voor mij als lezer uiteindelijk hoogst filosofisch.

De Uitweer - Amy Liptrot

Na een aanvankelijke aarzeling over het boek kan ik de gedachte aan een omgekeerd spiegelbeeld van Ludwig Wittgenstein van de Tractatus Logico-Philosophicus (Traktaat over de logische filosofie) niet meer uit mijn hoofd zetten. De jonge Wittgenstein schreef zijn boek als soldaat in de hopeloos romantische W.O. I aan het Oostenrijkse front en vervolgens in een krijgsgevangenkamp en pleit in navolging en radicalisering van Kant voor een logische, wetmatige manier van de wereld beschrijven: alleen wat empirisch verifieerbaar is doet er toe. “Wat gezegd kan worden, kan duidelijk worden gezegd; en van dat waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.” Een goed programma tegen romantische zwijmelarij. Hiermee vond hij zijn filosofie helemaal af en wenste er verder niets meer aan toe te voegen. Net als bij Horkheimer en Adorno verdwijnt het domein van de vrijheid volledig uit beeld, maar dan niet als een gemis en verlangen, maar als een voorgoed zwijgende ethische opdracht. Je zou bijna zeggen, de Halbe Zijlstra van zijn tijd: “Zekerheden en vaste ritmes zijn heel belangrijk voor iemand met autisme. Steeds hetzelfde patroon volgen geeft zekerheid en houvast in een wereld met veel prikkels.” (citaat Stagg.nl) De eveneens autistische en visueel ingestelde Angel-Saxen, dus ook allergisch voor gevoel en romantiek, haalde hem door zijn neuro-filosofische Tractatus als professor naar Cambridge alwaar hij uiteindelijk tot inzicht kwam dat de wereld toch iets ingewikkelder in elkaar steekt.

Liptrot schrijft haar boek aan het front en in krijgsgevangenschap van een verslavingsziekte, in een hopeloos verlicht tijdsgewricht. Zij schrijft een verhandeling die toch dicht tegen het manische van haar vader aan ligt. Maar tegelijkertijd is ze zich hiervan sterk bewust en doet ze een uiterste poging om haar levenskracht te kanaliseren door de juiste indammingen. Hier slaagt ze wonderwel in. Door deze ingedamde levenskracht te spiegelen aan de bodemloze cultuur/natuur om haar heen doet ze wonderbaarlijk recht aan de vrijheidsdimensies en wetmatigheden van ons mens-zijn binnen de natuurlijke grenzen van leven en dood. En hierbij vervalt ze geenszins tot een paradox, noch van de kunst, noch van ons geworpen-zijn. Waarover je niet zwijgen kan, moet je spreken. Hannah Arendt zou dit met haar vita activa zeker beamen. Niet de verlichting van een geïsoleerd autonoom denkend individu, maar als onderzoekend rationeel levend wezen in een communicatiegemeenschap. De Uitweer als Tractatus Humano-Philosophicus? In ieder geval bedoeld als Traktaat over de menselijke filosofie, waarmee we dan ook een verhelderend inzicht krijgen wat het is om actief mens te zijn.

De Uitweer - Amy Liptrop (c Eric Meek)

Kom en praat mee met De Leesclub van Alles op dinsdag 28 maart in Utrecht en vrijdag 31 maart in Rotterdam.

De Uitweer - Amy Liptrot (Norbury, Self, Johnston, Thompson, Kelly, Robinson, Laurense, van Rijswijk)

Email dit artikel naar een vriend Email dit artikel naar een vriend

About Linda Tan